Belangrijke aspecten

Op de eerste pagina van dit thema vertelden we je dat motorisch leren wordt gedefinieerd als: 

“Een proces dat leidt tot relatief duurzame veranderingen in het gedragspotentieel als gevolg van specifieke ervaringen met de omgeving.” (Schmidt & Lee, 2005)

Deze definitie bevat enkele termen die wij het waard vinden om bij stil te staan. Ze spelen namelijk een belangrijke rol bij het effectieve gebruik en de evaluatie van motorische leerprocessen (Beek, 2011).

De drie genoemde aspecten van motorisch leren zijn:

  • gedragspotentieel
  • relatief duurzaam
  • specifieke ervaringen
Gedragspotentieel
Motorisch leren heeft betrekking op veranderingen in het gedragspotentieel. Bij gedragspotentieel gaat het om het vermogen bepaald gedrag te kunnen vertonen. Dit is interessant omdat gedragspotentieel niet direct waarneembaar is. Een verandering in de gedragsmogelijkheden is alleen indirect zichtbaar via het gedrag of de prestatie. Het kan dan ook alleen worden afgemeten aan de hand van het gedrag dat iemand laat zien.

 

Relatief duurzaam
Van motorisch leren is alleen dan sprake wanneer de veranderingen in het gegragspotentieel ook blijvend zijn (Beek, 2011). Met andere woorden, dat wat geleerd is moet geïncorporeerd worden, anders is er niets geleerd. Dit eerste aspect zorgt voor een onderscheid tussen oefenresultaat en leerresultaat. De prestaties tijdens een oefening, training of les zeggen niet direct iets over het leerresultaat. Bij leren gaat het niet om het onmiddellijke zichtbare effect van de oefening op de prestatie, maar om de gevolgen op langere termijn.

We nemen Juf Mira’s klas als voorbeeld. Juf Mira heeft verschillende activiteiten bedacht waarmee het ‘over de kop gaan’ kan worden geoefend; een standaard koprol, een koprol achterwaarts, een zweefrol, en duikelen tussen de touwen en tussen brugleggers. Karel, Marie en Yanick oefenen enthousiast. Ze duikelen, hebben de grootste lol en gaan in de verschillende situaties regelmatig over de kop. Maar hun vriend Mark vindt het nog spannend. De juf helpt hem een aantal keer en dan lukt het hem ook. Ook Celine heeft wat hulp nodig; het rollen lukt haar niet. Gelukkig lukt het haar wel als de juf haar de aanwijzing “rol als een balletje” geeft. Uiteindelijk lukt het alle vijf zonder hulp te duikelen. Na afloop kijkt de juf tevreden terug op de les; alle leerlingen hebben een nieuwe vaardigheid geleerd. Twee weken later staat ‘over de kop gaan’ weer op de planning. De juf biedt een aantal dezelfde en ook een aantal nieuwe duikelsituaties aan. Wat schetst haar verbazing. Yanick en Marie lukt het niet meer om over de kop te gaan; bijzonder, de vorige keer konden ze het toch? Mark, Karel en Celine duikelen alsof ze nooit anders zijn gewend.

In het beschreven voorbeeld komt het verschil tussen een leerresultaat en oefenresultaat naar voren. Er wordt van leerresultaat gesproken als de activiteit structureel is verbeterd ten opzichte van het begin van de oefenperiode. Bij Mark, Karel en Celine was dit het geval. Bij Yanick en Marie was sprake van een oefenresultaat, omdat het trucje na een periode van niet oefenen niet meer kon worden uitgevoerd. Voor de praktijk van het bewegingsonderwijs betekent dit concreet dat een kind iets heeft geleerd wanneer hij na een periode van niet oefenen een activiteit beter uitvoert dan aan het begin van de vorige keer. 

Specifieke ervaringen
Motorisch leren is het gevolg van specifieke ervaringen met de omgeving die het resultaat zijn van oefenen. Door het uitproberen, vaak herhalen en oefenen van een bepaalde activiteit word je er beter in.

Sophie, een energieke en actieve meid uit groep 7 vindt het heel leuk om van dingen af te springen. Als je erop kunt klimmen, springt Sophie ervan af. Niet alleen springen maar zo springen dat je niet omvalt. Sophie wil op haar voeten landen. De hele dag klimt ze op muurtjes, banken en andere verhogingen om ervan af te springen. In de gymzaal laat ze deze truc ook zien. Ze klimt op de kasten om ervan af te springen. Ook de klimtoren en het wandrek gebruikt ze om vanaf te springen. Zodra het haar lukt om zonder om te vallen van een bepaalde sport of verhoging te springen, gaat ze weer hoger.

Door meer ervaring op te doen en de activiteit steeds opnieuw uit te voeren word je er beter in. Deze verandering in Sophie’s bewegingsgedrag, het steeds beter kunnen landen, is het resultaat van oefening

Opdracht
Leg in je eigen woorden uit wat de drie aspecten van motorisch leren (gedragspotentieel, relatief duurzaam en specifieke ervaringen) betekenen, en geef voor elk aspect een concreet voorbeeld uit je eigen praktijk of dagelijks leven.

Deel je uitwerking in een reactie.