De leercurve

Het is belangrijk om in de gaten te houden of er daadwerkelijk iets wordt geleerd. Je kunt wel oefenen, maar heeft dit ook een leereffect? Is het niet alleen een oefeneffect dat weer heel snel is verdwenen? Dit zijn vragen die te maken hebben met de retentie van een activiteit. Relevant is ook de vraag of een geleerde activiteit in een andere, maar vergelijkbare, situatie kan worden uitgevoerd, dit wordt transfer genoemd. 

Je kunt dit in de gaten houden door bijvoorbeeld een leercurve bij te houden. De leercurve geeft de relatie aan tussen de mate van oefenen en het prestatieniveau

Voorbeeld van een leercurve

Met een leercurve kun bijhouden of de vaardigheid van jouw leerling daadwerkelijk verbeterd, of je kunt achterhalen of verschillende oefeningen meer of minder invloed uitoefenen op het leerresultaat. Wanneer je weet op welke wijze wordt geleerd kun je de instructie erop afstemmen zodat de effectiviteit van je onderwijs wordt vergroot. 

Opdracht
Kies een vaardigheid die je aan een leerling wilt aanleren of die je zelf aan het leren bent. Maak een plan om het leerproces van deze vaardigheid te monitoren aan de hand van retentie en transfer:

  • Teken of beschrijf hoe je de leercurve voor deze vaardigheid zou bijhouden. Denk na over hoe vaak en onder welke omstandigheden je de vaardigheid zou testen om een goed beeld te krijgen van de vooruitgang.
  • Bepaal hoe je kunt vaststellen of de vaardigheid na een bepaalde periode zonder oefening behouden blijft. Beschrijf hoe en wanneer je dit zou testen.
  • Beschrijf een situatie waarin je zou willen zien of de vaardigheid toepasbaar is in een andere context. Hoe zou je controleren of de vaardigheid daadwerkelijk overdraagbaar is?

Deel jouw uitwerking in een reactie.