Executieve functies

In het dagelijks werken met kinderen zie je het vaak gebeuren: een kind dat even blijft hangen bij de start van een taak, dat moeite heeft om op zijn beurt te wachten in een spel, of dat door de instructie heen praat. Dit doen ze niet omdat ze niet mee wíllen doen, maar omdat het gewoon nog even niet lukt. 

Executieve functies zijn de denk- en regelprocessen die kinderen helpen om hun gedrag te sturen, hun aandacht vast te houden en keuzes te maken in nieuwe of uitdagende situaties. Het gaat niet om één eigenschap, maar om een samenhangend geheel van processen die voortdurend met elkaar in wisselwerking zijn. 

Het is niet zo dat dit vaste eigenschappen zijn die een kind wel of niet heeft. Het zijn vaardigheden die moeten ontwikkelen. Leeftijd en ervaring spelen hierin een rol, maar belangrijk is dat de ontwikkeling zelden rechtlijnig verloopt. De ontwikkeling laat zich vaak in flarden zien: soms vooruit, soms weer terug, afhankelijk van de situatie waarin een kind zich bevindt. 

Die situatie bepaalt ook hoe zichtbaar de executieve functies voor jou als leerkracht zijn. In nieuwe, dynamische situaties wordt de ontwikkeling van executieve functies zichtbaarder. Zo ook in het (bewegings)onderwijs. Daar vertellen we je graag meer over op de volgende pagina’s!

Opdracht
Denk aan jouw leerlingen. Heb je wel eens ervaren dat een kind een activiteit onder de knie leek te hebben, maar hier op een later moment weer moeite mee had? Hoe verklaarde je dit toen? 

Deel jouw antwoorden onderaan deze pagina.