Feedback

Zijn er effectieve en minder effectieve vormen van feedback? En op welk moment, in het motorische leerproces, geef je feedback en in welke vorm? Dit zijn vragen die het aanleren van motorische vaardigheden interessant en tegelijkertijd complex maken.

Zonder de intentie te hebben een bevredigend en afdoend antwoord te geven op deze vragen, toch enkele opmerkingen over feedback binnen bewegingsonderwijsleersituaties. In het (bewegings)onderwijs is altijd veel aandacht geweest voor feedback. Sinds de verschijning van Leren Zichtbaar Maken van Hattie (2009) is deze aandacht nog groter geworden.  

Uiteraard is feedback niet los te zien van het gehele motorisch leerproces. Belangrijk in dit proces is het hebben van duidelijke doelen. Hoe kun je weten of een leerling goed of minder goed bezig is, zonder doelen? Waarmee ga je dan vergelijken? Het is niet alleen belangrijk dat er een doel ís, dit doel moet ook haalbaar zijn. Als doelstellingen voor de leerling onhaalbaar zijn, dan mag je zoveel of zo weinig feedback geven als je wilt, de leerling zal er nauwelijks van profiteren. 

Effectieve feedback gaat in op de volgende drie vragen: 

1. Waar ga ik naartoe? (feed up) Deze vraag heeft een duidelijke link naar doelgericht en progressiegericht werken. Het is belangrijk dat de leerling helder heeft wat het doel van de aangeboden instructie is. Voor de leerling moet duidelijk zijn wat het resultaat is van het onder de knie krijgen van een vaardigheid en wat voor effect hij hiermee kan hebben op zijn omgeving.

2. Wat heb ik gedaan? (feed back) Deze vraag heeft zowel betrekking op het product (“In welke mate zijn de vooropgestelde doelen bereikt?”) als op het proces (“Hoe heb ik dit aangepakt?”). Deze vragen zijn van belang omdat binnen een motorisch leerproces de wijze waarop informatie wordt verkregen, aanwijzingen geeft over de effectiviteit van het leerproces. Informatie die de aandacht richt op het resultaat van de beweging (externe focus) blijkt het meest effectief. Het is voor het leerproces van belang dat het resultaat verbonden wordt met de intentie van de vaardigheid. (Beek, 2011; Wulf, 2004)

3. Wat is de volgende stap? (feed forward) Deze vraag heeft betrekking op hoe de beweger verder geholpen kan worden. Wat kan gedaan worden om het doel alsnog te behalen? Of, en dan gaat het veelal om meer uitdaging, hogere verwachtingen, meer controle over het eigen leerproces, wat kan een volgend doel zijn om na te streven? (Kamphuis en Vernooy, 2011)

Deze drie vragen zijn niet los van elkaar te zien. Ze zijn met elkaar verbonden, net zoals ze samenhangen met het concrete leerdoel dat de leerling voor ogen heeft.

Opdracht
Kies een motorische vaardigheid die je aan een leerling wilt aanleren of die je zelf aan het leren bent, zoals balanceren, een sporttechniek, of een nieuwe beweging in dans of gymnastiek. Ontwerp een feedbackplan voor deze vaardigheid waarin je aangeeft:

  • Feed up: Hoe zorg je ervoor dat de leerling een duidelijk doel voor ogen heeft en begrijpt waarom deze vaardigheid belangrijk is?
  • Feed back: Hoe ga je terugkoppelen op de uitvoering van de beweging? Bepaal of je de feedback richt op het proces, het product of beide, en beschrijf hoe je een externe focus toepast om de effectiviteit van het leerproces te vergroten.
  • Feed forward: Welke aanwijzingen of stappen geef je de leerling voor verdere verbetering? Beschrijf hoe je hen kunt uitdagen voor de volgende stap in hun leerproces.

Deel jouw uitwerking in een reactie en reageer op één of meerdere reacties van je collega’s.