In het bewegingsonderwijs

In het bewegingsonderwijs worden executieve functies nóg zichtbaarder dan in andere onderwijssituaties. Er zijn meer prikkels, het tempo is hoger, en de kinderen ervaren vaak meer sociale druk dan in andere klassensituaties. 

Naast dat er simpelweg meer gevraagd wordt van de executieve functies van een kind in dit soort dynamische situaties, is het voor een leerkracht vaak ook nog beter te zien wanneer een kind vast loopt. Wanneer het reguleren nog niet helemaal goed gaat, gaat handelen vaak sneller dan nadenken. In bewegingssituaties hebben de kinderen meer ruimte om te bewegen dan in andere onderwijssituaties. De handelingen die zich hier afspelen zijn dan vaak ook een stuk groter dan de handelingen in het klaslokaal, en dus duidelijker op te merken voor een leerkracht.

VOORBEELD
In veel spel- en loopvormen mogen kinderen rennen, versnellen en hun energie kwijt, en juist dat maakt stoppen op een signaal zo’n interessant moment. Het klinkt eenvoudig, maar in werkelijkheid vraagt het veel van inhibitie en gerichte aandacht. Zeker in een gymzaal met veel geluid en beweging, en waar arousal gemakkelijk oploopt, is afremmen een flinke omschakeling. Het lichaam is al onderweg, het spel is gaande, en dan moet een kind tegelijk het signaal registreren, betekenis geven aan wat er gevraagd wordt en de beweging organiseren naar stilstand.
Je ziet dat terug in hun gedrag. Sommige kinderen lopen na het signaal nog een paar passen door, alsof het lichaam net iets later stopt dan het hoofd. Andere kinderen proberen abrupt te remmen en struikelen, of missen het signaal helemaal omdat ze zo opgaan in het rennen dat prikkels van buitenaf minder binnenkomen. Dat zijn herkenbare tekenen dat de executieve belasting op dat moment hoog is. 

Bewegingssituaties zijn daarmee een goede plek om te observeren én te oefenen. Wat de rol van jou, als leerkracht, hierin is vertellen we je graag op de volgende pagina. 

Opdracht
Denk aan jouw leerlingen. Is het je wel eens opgevallen dat een kind zich anders gedraagt in de gymzaal dan in het klaslokaal? Omschrijf de verschillen.

Plaats je uitwerking onderaan deze pagina.