In het onderwijs wordt er veel gevraagd van de executieve functies van kinderen, vaak zonder dat we het doorhebben. Kinderen schakelen tussen taken, wachten op hun beurt, verwerken prikkels, houden informatie vast en bewegen zich door overgangen heen, soms in een tempo dat vooral door de dagstructuur wordt bepaald en minder door wat een kind op dat moment kan dragen. Juist omdat die eisen zo verweven zijn met de routine van de schooldag, valt het niet altijd op hoeveel regulatie er ongemerkt wordt gevraagd.
Wanneer kinderen dan niet lijken mee te werken, gaat het meestal niet over onwil. Vaker gaat het over moeite hebben met sturen, vasthouden of bijstellen, omdat de arousal te hoog is, er veel tegelijk gebeurt of omdat de situatie onvoorspelbaar aanvoelt. Dat zie je soms in druk gedrag, maar ook in stilvallen, vermijden, onhandig reageren of nét te laat aansluiten.
In het volgende voorbeeld zie je hoe executieve functies zichtbaar kunnen worden in alledaagse klassensituaties.
VOORBEELD
De start van de dag doet altijd een beroep op de executieve functies. Kinderen komen binnen vanuit een drukke gang, met geluid, beweging en sociale prikkels die de arousal gemakkelijk verhogen. En op het moment dat ze de klas instappen, wordt er meteen een omslag gevraagd: het lichaam tot rust brengen, de aandacht verleggen, het tempo bijstellen en schakelen naar een taakgerichte instelling. Dat vraagt om een combinatie van simultane processen, zoals inhibitie (remmen en vertragen), taakinitiatie (kunnen beginnen), organisatie (weten wat waar moet) en werkgeheugen (onthouden wat de eerste stap is), terwijl de prikkelstroom vaak nog doorloopt. Je ziet die overgang vaak terug in het lichaam. Sommige kinderen lopen net iets te hard, zoeken druk met hun ogen waar ze moeten zijn, hebben gespannen schouders, of bewegen juist trager. Sommige kinderen blijven even staan in de deuropening, alsof ze letterlijk een moment nodig hebben om over te stappen van de ene situatie naar de andere.
Dit voorbeeld heeft je als het goed is inzicht gegeven in het beroep dat alledaagse klassensituaties doen op kinderen. Wie met aandacht kijkt naar deze momenten, ziet niet alleen gedrag, maar ook belasting, prikkels en verwachtingen, en ontwikkelt gaandeweg een verfijnder begrip van wat kinderen nodig hebben om tot leren, spelen en samenwerken te komen.
Opdracht
Omschrijf een overgangsmoment uit jouw lessen. Noteer ook hoe de leerlingen zich gedragen in deze situatie.
Deel jouw uitwerking in een reactie onder aan deze pagina.
