Kenmerken

Op de vorige pagina vertelden we je dat er enkele kenmerken zijn die je altijd terug ziet in het motorisch leerproces, van welke vaardigheid dan ook. Deze kenmerken komen allemaal voort uit het principe ‘oefening baart kunst’. Hoe vaker een oefenactiviteit herhaald wordt, hoe beter een vaardigheid beheerst wordt. Bij het oefenen van elke vaardigheid zul je dezelfde ontwikkelingen zien wat betreft:

  • Accuratesse
    • Een beweging zal steeds nauwkeuriger worden; de verhouding tussen de hoeveelheid ‘succes’ en ‘mislukking’ verandert.
  • Snelheid
    • Er zal steeds minder tijd nodig zijn om een beweging uit te voeren. Dit wordt de power law of practice genoemd.
  • Aandacht
    • Een beweging zal steeds minder aandacht kosten.

Deze motorische leer-“regels” kunnen worden verklaard door een verandering in de aansturing van beweging.

Sturing
Wanneer een leerling net begint met het oefenen van een vaardigheid zal de sturing centraal plaatsvinden. Hoe meer geoefend wordt, hoe distaler de aansturing. Een centrale aansturing houdt hier in dat de beweging wordt aangevoerd vanuit de kern van het lichaam en voornamelijk grote spiergroepen worden gebruikt. Bij een meer distale aansturing worden kleinere spiergroepen gebruikt. Hoe kleiner de spiergroep die de beweging aanstuurt, hoe nauwkeurig de beweging.

Motorisch leren is geen lineair proces. Wanneer meer stress (bijv. angst of tijdsruk) wordt ervaren tijdens het uitvoeren van een vaardigheid, kan de leerling weer minder ontwikkelde bewegingen laten zien. Zo zal de uitvoering weer meer centraal aangevoerd worden, en er minder nauwkeurig bewogen worden.

Je kunt dit verschijnsel bij jezelf ervaren door een ingestudeerd dansje, waarbij je je benen én armen moet gebruiken, in een hoger tempo uit te voeren. Door de tijdsdruk zul je waarschijnlijk minder strakke en ruime armbewegingen laten zien. Nota bene zal dit niet voor iedereen het geval zijn; mocht je een getraind danser zijn dan zul je dit fenomeen in deze situatie waarschijnlijk niet ervaren.

Opdracht
Leg in je eigen woorden uit hoe de kenmerken van motorisch leren (accuratesse, snelheid en aandacht) bijdragen aan het ontwikkelen van een vaardigheid. Gebruik een concreet voorbeeld, zoals fietsen, pianospelen, of een sportbeweging, om deze kenmerken toe te lichten.

Deel jouw uitwerking in een reactie onder aan deze pagina.