Vooropdracht

Voordat we beginnen met de theorie over executieve functies, vragen we je om alvast stil te staan bij je eigen praktijk. Deze vooropdracht helpt je om de theorie die volgt beter te verbinden aan wat jij dagelijks ziet en doet. 

Opdracht
Kies één kind dat je regelmatig begeleidt in een les-, spel- of bewegingssituatie. 

Sta kort stil bij de volgende vragen: 

  • In welke situaties lijkt dit kind goed grip te hebben op zijn gedrag, aandacht of emoties? 
  • In welke situaties lijkt dit lastiger voor het kind? Omschrijf die situaties, denk aan prikkels, verwachtingen, veiligheid of sociale druk.

Beschrijf dit in enkele zinnen, zonder te beoordelen of te verklaren. 

Deel je observatie in een reactie onderaan deze pagina.