De laatste paragraaf

Onlangs vond ik mezelf terug aan het einde van een artikel, bezig met de samenstelling van de uiteindelijke paragraaf, genaamd ‘De Laatste Paragraaf’. Hierin wilde ik alle behandelde onderwerpen en thema’s nog eens belichten. Echter, bij het herlezen van mijn werk, realiseerde ik me dat deze slotparagraaf beter dienst had kunnen doen als mijn inleiding, als startpunt in plaats van afronding.

De kijker beïnvloedt het bekeken object

Het observeren van kinderen in beweging is nooit een neutrale bezigheid. De bril waarmee we kijken, is inherent gekleurd door onze eigen waarden en normen. Deze bepalen mede hoe we naar kinderen en hun leerproces kijken, en daarmee hoe we ons beeld van bewegingsonderwijs vormen. De manier waarop we kijken naar bewegende kinderen, wordt sterk beïnvloed door een verscheidenheid aan meningen – de gedachte van hoe dingen zouden moeten zijn – en ideeën – de mogelijkheden van hoe ze zouden kunnen zijn. Wat we onze leerlingen willen leren, bepaalt op welke aspecten we als leerkrachten de nadruk leggen.
Als we observeren, weerspiegelen we niet alleen de realiteit, maar dragen we ook bij aan het vormen ervan. Onze waarnemingen worden altijd beïnvloed door onze persoonlijke, culturele en sociale lenzen. Daarom is het essentieel om een bewustzijn van deze invloeden te ontwikkelen en te behouden, om zo de manier waarop we naar kinderen in beweging kijken te kunnen verfijnen en verbeteren.

Persoonlijke belangen in onderwijs

Bijvoorbeeld, ik, als opleidingsdocent, vind het belangrijk… Op de vraag wat hij belangrijk vindt om aan studenten mee te geven in hun opleiding, antwoordt Carlo: “Ik wil ze zonder twijfel meegeven dat het erom gaat beter te leren bewegen…”

VOORBEELD – ALS OPLEIDINGSDOCENT VIND IK HET BELANGRIJK DAT …

Op mijn vraag wat hij belangrijk vindt om studenten mee te geven in de opleiding, antwoordt Carlo: ‘Ja, ik wil ze zeker meegeven dat het erom gaat beter te leren bewegen. Maar wat houdt dat nu precies in? Ik vind het bijvoorbeeld belangrijk dat studenten hun acties in een sportspel afstemmen op wie ze voor zich hebben. Dat ze dus een inschatting maken van het (beweeg)niveau van de ander en daar hun schot op doel, smash of aangegooide bal op afstemmen. Eigenlijk gaat het nog een stap verder. Ik vind dat een goede beweger ervoor moet zorgen dat mindere spelers op een hoger niveau kunnen deelnemen aan een spel. Dat ze niet gaan voor eigen succes en glorie, maar een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van anderen. Ja, ik geloof dat het er voor mij om gaat dat studenten op basis van hun talenten meer gevoel krijgen voor dienend leiderschap. Of draaf ik nu door?’

Individuele verschillen en uitdagingen

Een ander voorbeeld, dat van Steven, illustreert een unieke uitdaging in het onderwijs. Hij herinnert zich een situatie van zijn stage op zijn oude middelbare school…

VOORBEELD – IK KAN (HET) NIET ANDERS

Naar aanleiding van mijn vraag of Steven dingen vanuit zijn opleidingsperiode zijn bijgebleven, vertelt hij: ‘Er is een situatie die ik me nog goed herinner. Ik liep stage op mijn oude middelbare school. Ik gaf verschillende lessen, waaronder aan een vwo 5-groep. In die groep zat een jongen die als tienkamper op landelijk niveau meedraaide. Er stond buiten een les softbal op het pro­gramma. Ik vertelde de leerlingen dat ze een handschoen en een bal mochten pakken en samen mochten ingooien. Het bleek dat niemand met deze jongen wilde ingooien. Hij kon niet samen met iemand ingooien omdat hij altijd zo hard mogelijk gooide. Ik ben toen zelf met hem gaan overgooien. Al snel kon ik me goed voorstellen waarom niemand anders dat met hem wilde. Als ik de bal niet goed in de flap van mijn handschoen kreeg, was ik echt niet blij. Ik ging het gesprek met hem aan. Hij zei dat hij niet zachter kon gooien. Hij kreeg het echt niet voor elkaar.’

VOORBEELD – DE ANDER BETER LATEN SPELEN

Een boeiende conversatie met mijn collega en medestudent Josine bracht een opmerkelijk verhaal naar voren. Tijdens haar stage op een middelbare school kreeg ze de kans om een les te geven aan een bovenbouwgroep. Ze besloot om voetbal, basketbal en trampolinespringen aan te bieden in drie verschillende zalen. Het voetbal en basketbal verliepen zoals verwacht, maar het was een specifieke basketbalspeler die Josine’s aandacht trok. Deze speler was niet opvallend door zijn dunks of lay-ups, maar door zijn vermogen om zijn medespelers zo te ondersteunen dat ze kansen konden creëren. Hij verbeterde hun spel, wat resulteerde in leermomenten voor iedereen. Dit maakte diepe indruk op Josine. Ze vertrouwde me toe: ‘Ik wou dat ik zo kon spelen’.

Reflectie: onze kijk op zaken

Bij het terugblikken is het belangrijk om te erkennen dat we de wereld observeren door onze unieke ‘brillen’. Deze ‘brillen’ symboliseren onze perspectieven, die elk hun eigen krachten en beperkingen hebben. Bijvoorbeeld, sommigen van ons hebben misschien een voorkeur voor een systematische aanpak (het ‘arrangement’), terwijl anderen zich meer richten op het observeren van gedrag (de ‘externe focus’) of geloven in de kracht van gerichte aanwijzingen. Elk van deze benaderingen belicht bepaalde aspecten van de observatie, maar laat ook andere details onopgemerkt.

We wisselen allemaal tussen verschillende ‘brillen’, afhankelijk van de situatie. Maar wanneer we ons bewust worden van deze voorkeuren en perspectieven, kunnen we bewuster kiezen welke bril we op welk moment dragen. Stel je bijvoorbeeld voor dat je een leerkracht bent die naar een groep spelende kinderen kijkt. Welke bril zou je opzetten? Die van het arrangement, de externe focus, of die van gerichte aanwijzingen?

Uiteindelijk kan de belangrijkste vraag zijn welke bril het meest geschikt is voor het kind, in plaats van welke bril ons het meest aanspreekt. Het kan zijn dat wat het kind nodig heeft, verschilt van onze eigen voorkeur. En dat, mijn beste lezers, is het wonder van onderwijs: de flexibiliteit om ons aan te passen aan de behoeften van elk uniek kind.

Blijf afgestemd op onze volgende blog waarin we dieper ingaan op deze drie ‘brillen’ en hoe we ze effectief kunnen inzetten in verschillende onderwijssituaties. Welke ‘bril’ draag jij het liefst en waarom? Deel je gedachten in de reacties hieronder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *