Het OPA-model helpt om op basis van de observaties het aanbod bij te stellen.
OPA staat voor Omgeving, Persoon en Activiteit. Het model laat zien dat bewegen nooit door maar één factor kan worden verklaard, maar altijd ontstaat in de samenhang tussen deze drie invalshoeken.
Omgeving verwijst naar de materialen, deelnemers en regels. De omgevingsfactoren bepalen welk soort spel er gespeeld wordt.
De persoon verwijst naar het individu dat beweegt. Denk hierbij aan de relaties, kwaliteiten en eigenheid van diegene.
De activiteit is datgene wat daadwerkelijk gebeurt; het schommelen, springen of gooien. De activiteit is veranderlijk met betrekking tot fase, variatie en uitdaging.
VOORBEELD
Tijdens een gymles speelt Eva samen met haar klas trefbal in de zaal. Het speelveld is afgezet met pionnen en er wordt gespeeld met twee zachte ballen. De klas is verdeeld in twee teams en de regel is dat je iemand afgooit door onder de schouders te raken. Door de grootte van het veld en het aantal spelers is het een snel en spannend spel. Eva rent door de zaal, let goed op waar de ballen zijn en probeert ze te ontwijken. Soms pakt ze zelf een bal en probeert ze een tegenstander af te gooien, maar meestal kiest ze er voor om een veilige positie te zoeken.
Omgeving: gymzaal, veldindeling, aantal spelers, de ballen en spelregels
Persoon: Eva is een snelle renner en goede gooier, ze speelt graag ontwijkend
Activiteit: rennen, gooien, en ontwijken
Hoewel deze drie onderdelen niet los van elkaar bestaan, is het voor de leerkracht handig om de drie verschillende factoren (kunstmatig) te onderscheiden. Zo kun je inzicht krijgen in het bewegingsgedrag van jouw leerlingen, en hier gericht op inspelen.
Bruikbare beslisvragen zijn daarbij:
De relatie tussen de SLOV en het OPA-model moet niet te lineair worden opgevat. Observatie leidt niet automatisch tot de juiste aanpassing. Het gaat eerder om een cyclisch proces van kijken, voorlopig duiden, aanpassen, opnieuw waarnemen en opnieuw afwegen.
Opdracht
Kies een spel wat jij regelmatig in jouw lessen speelt, en één van jouw leerlingen.
Schets de spelsituatie. Probeer dan voor elk van de drie onderdelen van het OPA-model te benoemen wat er relevant is, zoals in het voorbeeld.
Deel dit in een reactie onder aan de pagina.
