Wanneer je gedrag leest vanuit kijken vóór corrigeren, wordt zichtbaar waar een situatie meer vraagt dan een kind op dat moment kan dragen. Juist op die momenten spelen executieve functies een centrale rol. Niet als vaste, meetbare vaardigheden die een kind bezit of mist, maar als regulatieprocessen die zich laten zien in handelen, spanning en herstel.
In deze benadering gebruiken we executieve functies als verklarend kader om regulatie te begrijpen. Regulatie zelf is wat zichtbaar wordt in de praktijk: hoe een kind omgaat met wachten, schakelen, spanning, nabijheid en verwachtingen, in wisselwerking met taak, omgeving en begeleiding.
In de dagelijkse praktijk worden gedragingen als onrust, afleiding, botsingen of stilvallen vaak snel geduid als iets wat opgelost moet worden. Toch laten juist deze momenten zien waar regulatie onder druk komt te staan. Gedrag wordt dan geen teken van onwil of onkunde, maar een signaal van situatiebelasting.
Gedrag lezen als signaal van belasting
Elke situatie stelt andere eisen aan regulatie. Soms gaat het vooral om impulsremming, soms om volgehouden aandacht, flexibiliteit of emotieregulatie. Een spel met veel wissels vraagt snelle schakeling en inhibitie. Een spel met wachttijd vraagt het onderdrukken van actiedrang en het omgaan met spanning.
In veel situaties stapelen eisen zich op. Tempo, prikkels, keuzes, sociale nabijheid en verwachtingen werken gelijktijdig in. Overbelasting ontstaat zelden door één factor. Vaak is er sprake van een combinatie van cognitieve belasting, emotionele spanning en sociale druk.
Soms is die belasting structureel, doordat het ontwerp van de situatie te complex is. Soms is zij situationeel, bijvoorbeeld tijdens overgangen, competitieve momenten, bij vermoeidheid of wanneer de sociale betekenis van een taak toeneemt. Door gedrag zo te lezen, verschuift de focus van beoordelen naar begrijpen.
Een denkvolgorde voor professioneel handelen
Een denkvolgorde kan helpen om gedrag te duiden en het handelen te onderbouwen. Dit is geen vast stappenplan, maar een iteratieve denkbeweging waarin kijken en handelen elkaar voortdurend beïnvloeden.
Eerst kijk je welke vorm van regulatie de situatie vraagt.
Gaat het om wachten, schakelen, plannen, omgaan met spanning of sociale afstemming?
Vervolgens kijk je waar het vastloopt. Is het werkgeheugen overbelast door te veel informatie of keuzes? Is flexibiliteit lastig door snelle wissels? Hapert de monitoring door een hoog tempo of veel prikkels?
Belangrijk hierbij is dat deze analyse niet primair over het kind gaat, maar over de situatie als geheel. De denkvolgorde helpt om professioneel eigenaarschap te nemen over taakontwerp, begeleiding en context.
Daarna ondersteun je door de situatie bij te stellen. Je past tempo aan, beperkt keuzes, brengt structuur aan of maakt herstel mogelijk. Corrigeren en begrenzen horen hier ook bij, maar niet als eerste reflex. Begrenzen wordt een pedagogisch antwoord dat volgt op afstemming en gericht is op het ondersteunen van regulatie.
Executieve functies zitten niet alleen in het kind. Ze worden mede gedragen door de omgeving. Structuur ontlast het werkgeheugen. Ritme ondersteunt schakelen. Herstelmogelijkheden helpen bij emotieregulatie. Deze ondersteuning is tijdelijk en doelgericht, zodat kinderen hun eigen regulatie kunnen oefenen en versterken.
Ontwerpen voordat corrigeren nodig is
Wat je in het moment ziet aan regulatie en belasting, geeft richting aan hoe je situaties vooraf kunt ontwerpen. Ontwerpen is daarmee een vooruitgeschoven vorm van kijken vóór corrigeren. Het doel is niet rust of controle, maar betekenisvolle en vol te houden deelname.
Een eerste ontwerpprincipe is ontwerpen met oog voor regulatie. Te veel regels, keuzes of prikkels tegelijk belasten het werkgeheugen. Door informatie hanteerbaar te houden en fouten herstelbaar te maken, blijft regulatie draaglijk.
Een tweede principe is tempo bewust laten meebewegen. Veel regulatieproblemen ontstaan in overgangen, niet tijdens actie. Door te werken met korte rondes, herkenbare start- en stopmomenten en vaste resets ondersteun je schakelen en herstel.
Een derde principe is structuur gebruiken als steun. Zichtbare rollen, vaste routes en herhaalbare afspraken helpen bij planning en zelfsturing. Structuur fungeert hier als extern kompas, niet als controlemiddel.
Ontwerpen vraagt flexibiliteit. Je legt niet alles vast, maar creëert een kader dat meebeweegt met wat je ziet. Daarmee is ontwerpen altijd ook een pedagogische keuze: het laat zien welk gedrag je mogelijk maakt en welk gedrag je onbedoeld onder druk zet.
Kijken, bijstellen en begrenzen in de praktijk
In de praktijk komen kijken, bijstellen en begrenzen steeds samen, afhankelijk van leeftijd en context.
Bij kleuters kan het tempo oplopen bij rolwissels, waardoor botsingen ontstaan. De situatie vraagt schakelen en omgaan met nabijheid. Door de ruimte te vergroten en één duidelijke afspraak te benoemen, verlaag je de belasting. Houdt het botsen aan, dan begrens je. Die grens volgt op bijstelling en bewaakt de veiligheid, zodat verdere deelname mogelijk blijft.
In de middenbouw ontstaat spanning vaak bij beslismomenten in tikspelen. Niet het rennen, maar competitie en onduidelijkheid zorgen voor discussie. Door een herstelregel toe te voegen, ondersteun je monitoring en flexibiliteit. Begrenzen beschermt hier het spel en de gezamenlijke afspraken.
Bij pubers staat regulatie vaak onder druk bij presenteren. De taak vraagt spreken, onthouden en bekeken worden tegelijk. Door de taak te verkleinen zonder deelname los te laten, ontlast je het werkgeheugen en ondersteun je emotieregulatie. Begrenzen betekent hier de verwachting vasthouden én de drempel verlagen.
In alle voorbeelden zie je dezelfde pedagogische beweging: eerst kijken, dan bijstellen en waar nodig begrenzen. Niet om gedrag te beheersen, maar om ontwikkeling mogelijk te maken.
Beta-versie online cursus
Deze manier van kijken, analyseren en ontwerpen vormt de kern van onze onlinecursus Executieve functies in beweegsituaties. We stellen nu een beta-versie beschikbaar voor professionals in onderwijs, sport en begeleiding.
Je werkt met observatieopdrachten, praktijkcasussen en reflectievragen. Je leert gedrag lezen als signaal van situatiebelasting en oefent met de denkvolgorde om situaties zo te ontwerpen dat deelname haalbaar en betekenisvol blijft.
Reflectievraag
Welk gedrag zie jij vaak als onwil, terwijl het ook overbelasting kan zijn?
Interesse in de beta-versie? Reageer hieronder of stuur me een bericht.
Meer info over de training.