Wanneer een groep niet lekker loopt…

Wanneer een groep niet lekker loopt, voel je dat meteen. Je merkt het niet niet alleen aan de leerlingen, maar ook aan een verandering in jouw eigen gedrag. Je bent vaker aan het corrigeren, meer aan het sturen, constant bezig met orde houden. Het leren verplaatst zich naar de achtergrond en het welbevinden komt onder druk te staan. Dat van de leerlingen, maar ook dat van jou. Het kost veel energie, dat achter de feiten aanlopen. 

De corrigeer-reflex is begrijpelijk. We zoomen in op individueel gedrag. Die ene leerling die telkens stoort. Dat groepje dat de toon zet. Soms is dat ook nodig. Bij acute onveiligheid of duidelijke normoverschrijding moet je handelen, zichtbaar en begrenzend. Corrigeren kan dan stabiliserend werken. Maar wanneer hetzelfde gedrag blijft terugkeren, ondanks herhaalde correcties, wijst dat er misschien op dat het probleem niet bij het individu ligt.

Het individu in de groep

Een groep is meer dan een verzameling leerlingen. In elke groep ontstaan interactiepatronen die zichzelf herhalen. Manieren van praten, lachen, uitdagen of juist zwijgen. Gedrag krijgt betekenis doordat het iets oplevert: aandacht, status, erbij horen, of juist rust en overzicht. Zo vormen zich groepsnormen. Meestal impliciet, maar wel richtinggevend voor iedereen in de groep. Wat normaal is geworden, stuurt het gedrag van alle leerlingen, ook van degenen die zelf weinig opvallen. 

Daarom is het belangrijk om je niet alleen af te vragen, “wat doet dit kind?”, maar ook: “Wat gebeurt er tussen de kinderen? Wie wint hier aan invloed? Welk gedrag wordt herhaald zonder dat ik het expliciet bekrachtig? En wat laat ik ongemerkt passeren, terwijl het normerend werkt? Lachen, aandacht geven of wegkijken zijn geen neutrale reacties. Ze dragen bij aan wat in de groep als wenselijk, slim of stoer wordt gezien. 

Gerichte interventie vraagt vertraging

Zolang de groepsdynamiek buiten beeld blijft, blijf je corrigeren aan de oppervlakte. Dat kost onnodige tijd en energie; corrigeren verliest zijn effect wanneer het losstaat van inzicht in de patronen die het gedrag dragen. Echt kijken vraagt vertraging. Observeren is geen afwachten, maar gericht waarnemen. Het gaat om het herkennen van patronen: wanneer kantelt de sfeer, wie zet iets in beweging, wie volgt en wie haakt af? Wat gebeurt er als jij even niets zegt?  

Wie de groep leert lezen, ziet gedrag steeds vaker als relationeel signaal. Gedrag kan gaan over het zoeken naar status, het reguleren van spanning, of het vinden van aansluiting. Vanuit dat perspectief verschuift professioneel handelen. Minder focus op snelle oplossingen, meer aandacht voor het begrijpen van wat de groep organiseert. Corrigeren blijft nodig, maar krijgt een andere plek: ingebed in inzicht in normen, patronen en relaties. 

Daar ligt de kern van duurzaam werken met groepen. Eerst begrijpen wat hier gebeurt en pas daarna gericht beïnvloeden. Niet om alles te controleren, maar om beweging te brengen in vastgelopen patronen. Op de langere termijn leidt dat tot meer voorspelbaarheid, minder escalaties en meer rust. En daarmee ook tot iets wat vaak onder druk staat, maar essentieel is: ruimte om onderwijs te geven zonder voortdurend op scherp te hoeven staan. 

Inzicht krijgen?

Maar de groep leren lezen, hoe doe je dat?

Een goede start is het lezen van Groepsdynamiek in het onderwijs. Herken je dat een groep soms onrustig blijft, dat dezelfde kinderen steeds de toon zetten of dat je vooral bezig bent met corrigeren?

In dit boek maken we zichtbaar wat er ‘onder’ dat gedrag gebeurt. Je leest hoe groepsvorming verloopt, hoe rollen ontstaan en wat jij als leerkracht kunt doen om sociale veiligheid en leergerichtheid bewust te versterken. Met concrete interventies, reflectievragen en herkenbare praktijkvoorbeelden die je direct kunt vertalen naar je eigen klas.

Bekijk hem hier: Groepsdynamiek in het onderwijs

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *