Wat groepsdynamiek en spelontwerp vragen van de vakleerkracht

In de gymzaal of het sportveld ontspoort een spel zelden ineens.
Het schuift.

Het begon goed. De groep was in beweging, het tempo klopte, iedereen deed mee. En dan verandert er iets. De energie stijgt. Rollen worden vaster. Eén leerling jaagt altijd, een ander is steeds de laatste. Regels worden belangrijker, of juist vergeten. Wat begon als spel, krijgt een andere lading.

Als vakleerkracht voel je dat vaak eerder dan je het ziet.
En dan is de reflex logisch: corrigeren. Fluiten. Aanspreken. Het spel stilleggen.

Toch loont het om op dat moment heel even te wachten. Niet om niets te doen, maar om anders te kijken. Want gedrag in de gymzaal staat zelden op zichzelf. Het vertelt iets over wat het spel en de groep samen oproepen.

Eerst kijken

Kijken vóór corrigeren is geen passiviteit. Het is professioneel handelen. Het is de keuze om eerst te begrijpen wat er gebeurt, voordat je ingrijpt. Niet om grenzen los te laten, maar om ze op het juiste moment te stellen.

De vraag verschuift dan.
Niet: wie doet het fout?
Maar: wat vraagt deze oefening, en waar wordt dat te veel voor deze groep?

In de gymzaal komen veel dingen tegelijk samen: beweging, competitie, sociale vergelijking, prikkels. Als de spanning oploopt, neemt de belasting voor de hele groep toe. Niet omdat leerlingen het niet kunnen, maar omdat de situatie steeds meer tegelijk vraagt.

Gedrag als signaal

Neem een tikspel met veel wissels. Dat vraagt niet alleen snelle reacties van individuele leerlingen, maar voortdurende afstemming in de groep. Wie jaagt, wie vlucht, wie is steeds aan de beurt? Rollen worden zichtbaar. Status ontstaat. Sommige leerlingen bewegen daar soepel in mee. Anderen raken hun overzicht kwijt.

In spellen met lange wachttijden zie je iets anders. De groep wordt onrustig. Kleine verstoringen stapelen zich op. Niet uit onwil, maar omdat het spel weinig houvast biedt om samen gereguleerd te blijven.

Gedrag dat eruitziet als verstoring blijkt dan vaak functioneel. Iemand zoekt aandacht om spanning kwijt te raken. Iemand gaat tegen de regels in om een vastgelopen rol te doorbreken. Iemand haakt af om afstand te nemen.

Dat maakt het gedrag niet wenselijk.
Maar wel begrijpelijk.

En dat verschil is belangrijk.

Ingrijpen blijft nodig

Begrijpen is geen eindpunt. Ingrijpen hoort bij jouw vak. Alleen verandert de plek waarop je ingrijpt. Niet primair bij het kind, maar bij het spel en de situatie.

Begrenzen verliest zijn kracht wanneer het losstaat van draagkracht. Een fluitsignaal terwijl de spanning al te hoog is, voelt voor veel leerlingen niet regulerend, maar afwijzend. Maar een grens die aansluit bij wat de groep nog kan dragen, werkt anders.

Soms is dat een kleiner speelveld.
Soms één regel minder.
Soms een korte pauze of herstart.

De oefening blijft hetzelfde, maar voelt anders. Overzichtelijker. Lichter. De groep krijgt weer ademruimte. Niet omdat het makkelijker wordt, maar omdat het weer hanteerbaar wordt.

Spelontwerp als vakmanschap

Hier wordt spelontwerp een pedagogisch instrument. Als spanning niet alleen in leerlingen zit, maar ook in de oefenvorm, dan ligt jouw invloed daar. Door tempo, ruimte, rollen of regels aan te passen. Soms ook door letterlijk even naast een leerling te gaan staan, mee te doen of hardop te benoemen wat je ziet gebeuren.

Je fungeert dan tijdelijk als degene die het overzicht bewaart wanneer de groep dat even kwijt is.

Niet elke spanning hoeft weg. Spanning hoort bij bewegen, bij leren, bij samen spelen. Het wordt pas problematisch wanneer het te groot of te langdurig wordt. Vakmanschap zit niet in het gladstrijken van elke wrijving, maar in het doseren ervan.

En soms lukt dat niet. Soms blijft een oefening te zwaar, ondanks aanpassingen. Ook dat hoort bij professioneel handelen. Dan is stoppen, veranderen of later opnieuw proberen geen zwakte, maar zorgvuldigheid.

Afsluitend

Kijken vóór corrigeren vraagt vertraging. Het vraagt durven wachten terwijl de groep beweegt. Het vraagt vertrouwen in je eigen vakmanschap. Maar het levert iets op. Gedrag wordt leesbaar. De groep komt weer samen. En de gymzaal wordt opnieuw een plek waar leerlingen niet alleen bewegen, maar ook oefenen met samen omgaan met spanning, herstel en verschil.

Niet perfect.
Wel betekenisvol.

En precies daar laat vakleerkracht-zijn zich zien.

Herken je deze momenten in je lessen?

En merk je dat corrigeren soms meer spanning oproept dan het oplost?

  • Kijk met andere ogen naar gedrag in de gymzaal.
  • Deel je ervaring in de reacties: waar kantelt het spel bij jou het vaakst?
  • Of bewaar dit artikel voor je volgende les, wanneer je voelt dat het schuift.

 

Want vakmanschap zit niet alleen in wat je doet,
maar ook in wanneer je kijkt.

Ter info & update

We zijn op dit moment bezig met het ontwikkelen van een training rond kijken vóór corrigeren.
De eerste stap is een online versie, waarin we laten zien hoe deze manier van kijken richting geeft aan spelontwerp, groepsdynamiek en regulatie in de gymzaal.

Executieve functies gebruiken we daarbij als verklarend kader: een taal om te begrijpen waar regulatie onder druk komt te staan en hoe je daar als professional op kunt afstemmen.

Niet als allesverklarend model, maar als lens om gedrag, spanning en handelingsmogelijkheden beter te duiden.

Deze pilot is nadrukkelijk bedoeld om te toetsen of de inhoud aansluit bij jouw dagelijkse praktijk. Wat helpt je verder? Waar loop je nog tegenaan? Jouw ervaringen en feedback nemen we mee in de verdere ontwikkeling van de training.

De pilot is nu te bekijken.
Ben je benieuwd hoe deze manier van kijken vertaald wordt naar concrete handelingskeuzes in de gymzaal? We hebben dit gedaan vanuit ‘de executieve functies’. 

👉 Je kunt de pilot hier bekijken

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *