De les is nog maar net begonnen.
De leraar legt de opdracht uit. Iedereen lijkt te luisteren. Dan fluistert een leerling achter in de klas iets naar zijn buurman. Die grinnikt. Het is even stil, maar dan maakt hij een opmerking terug, iets harder deze keer.
Een paar leerlingen lachen.
De leraar reageert en probeert de aandacht terug te krijgen. Maar inmiddels heeft de opmerking iets in gang gezet. Een andere leerling mengt zich in het gesprek. Nog iemand reageert. Binnen een minuut is de aandacht van een groot deel van de klas verdwenen.
Op het eerste gezicht lijkt het een klein incident: één leerling die een grap maakt. Maar wanneer je beter kijkt, zie je dat er meer gebeurt. De grap wordt niet alleen gemaakt, hij wordt ook beloond met aandacht van andere leerlingen. Sommigen lachen mee, anderen reageren. Het gedrag krijgt daarmee sociale bekrachtiging.
Gedrag dat aandacht, lachen of status oplevert, heeft een grotere kans om zich te herhalen en zich door de groep te verspreiden. Wat begint bij één leerling wordt dan al snel overgenomen door anderen.
Wat hier zichtbaar wordt is geen individueel incident, maar een proces.
Dit fenomeen noemen we groepsdynamiek.
Gedrag ontstaat in een sociaal systeem
Wanneer we proberen te begrijpen waarom een klas goed of juist minder goed functioneert, zoeken we verklaringen vaak bij individuele leerlingen: motivatie, concentratie of gedrag.
Toch ontstaat veel gedrag in een klas niet alleen bij individuen, maar in de interactie tussen leerlingen. Gedrag ontstaat in een sociaal systeem waarin leerlingen elkaar voortdurend beïnvloeden.
Leerlingen observeren elkaar, reageren op elkaars gedrag en passen hun gedrag aan op basis van wat in de groep aandacht of status oplevert. In de literatuur wordt dit vaak beschreven als peer influence: de invloed die leeftijdgenoten op elkaars gedrag uitoefenen.
Een klas is daarmee niet alleen een verzameling individuen, maar een sociaal systeem waarin gedrag, relaties en verwachtingen voortdurend op elkaar inwerken.
Wat is groepsdynamiek?
Groepsdynamiek verwijst naar de patronen van interactie, invloed en sociale normen die ontstaan wanneer mensen langere tijd met elkaar in een groep functioneren.
In een klas beïnvloeden leerlingen elkaar voortdurend. Ze reageren op elkaars gedrag, spiegelen zich aan elkaar en ontwikkelen gezamenlijke verwachtingen over wat wel en niet acceptabel gedrag is.
Deze sociale processen spelen een belangrijke rol in onder andere:
- motivatie en betrokkenheid bij leren
- sociaal gedrag
- schoolprestaties
- het ontstaan van groepsnormen.
De mate waarin groepsdynamische processen zichtbaar worden, verschilt overigens per klas. In sommige groepen spelen sociale processen een dominante rol, terwijl in andere klassen individuele factoren sterker zichtbaar zijn (en dat is dan ook weer afhankelijk van diezelfde groepsdynamiek).
Groepsdynamiek als ecologisch systeem
Om groepsprocessen in klassen te begrijpen maken onderzoekers vaak gebruik van ecologische modellen van gedrag.
Een bekend model in onderzoek naar groepsdynamiek in klassen is het model van Farmer en collega’s. Dit model bouwt voort op de ecologische systeemtheorie van Bronfenbrenner, waarin gedrag wordt gezien als het resultaat van een voortdurende wisselwerking tussen individu en omgeving.
In het model van Farmer worden drie niveaus onderscheiden die elkaar voortdurend beïnvloeden:
- het functioneren van individuele leerlingen
- sociale relaties tussen leerlingen
- de sociale structuur van de klas.
Samen vormen deze niveaus de sociale ecologie van de klas.
Het functioneren van individuele leerlingen
Het eerste niveau betreft het functioneren van individuele leerlingen: hun cognitieve, sociaal-emotionele en communicatieve vaardigheden en hun vermogen om zich aan te passen aan de schoolomgeving.
Onderzoek laat zien dat leerlingen die sociaal-emotioneel goed functioneren vaak gemakkelijker aansluiting vinden bij leeftijdgenoten. Zij ontwikkelen vaker positieve vriendschappen en participeren actiever in groepsactiviteiten.
Tegelijkertijd werkt dit proces ook omgekeerd. Leerlingen die moeite hebben met leren, concentratie of sociaal gedrag lopen een groter risico om afgewezen te worden door leeftijdgenoten. Dit kan weer negatieve gevolgen hebben voor hun motivatie, zelfbeeld en schoolprestaties.
Individueel functioneren en groepsprocessen beïnvloeden elkaar dus voortdurend.
Sociale relaties tussen leerlingen
Het tweede niveau betreft de sociale relaties tussen leerlingen.
In elke groep zijn er verschillen te ontdekken tussen de sociale status van de individuen. Onderzoekers maken hierbij vaak onderscheid tussen twee vormen van sociale status:
- aardig gevonden worden (likeability)
- invloed in de groep (perceived popularity)
Belangrijk is dat deze twee vormen van populariteit niet altijd samenvallen. Leerlingen die aardig gevonden worden hebben vaak sterke vriendschapsrelaties en positieve interacties met anderen. Daarentegen worden leerlingen met veel invloed niet altijd aardig gevonden. Zij kunnen bijvoorbeeld dominant of uitdagend gedrag laten zien dat tegelijkertijd status oplevert binnen de groep.
De leerlingen met invloed beïnvloeden de groepsnorm.
De sociale structuur van de klas
Op groepsniveau ontstaan in klassen informele sociale normen. Dit zijn ongeschreven regels over wat normaal gedrag is in de groep.
Deze normen bepalen bijvoorbeeld welk gedrag aandacht, status of acceptatie oplevert. Leerlingen passen hun gedrag vaak aan op basis van deze impliciete regels.
Leerlingen met een sterke sociale positie fungeren vaak als normdragers. Hun gedrag geeft impliciet aan welk gedrag in de groep status of aandacht oplevert.
Vanuit het perspectief van de Roos van Leary kan gedrag worden begrepen langs twee dimensies:
- dominantie (boven – onder)
- samenwerking (samen – tegen).
Leerlingen met een sterke sociale positie in de groep nemen vaak een meer ‘boven’-positie in binnen interacties. Zij nemen initiatief, sturen gesprekken of reageren sterk op anderen.
De manier waarop zij deze positie invullen kan grote invloed hebben op de groepsdynamiek. Wanneer invloedrijke leerlingen hun positie combineren met coöperatief gedrag, kan dat bijdragen aan een positieve groepssfeer. Wanneer dezelfde positie wordt ingevuld met oppositioneel of agressief gedrag, kan dat juist leiden tot conflicten of verstoringen van het leerproces.
Casus: groepsdynamiek en pesten
Pesten wordt tegenwoordig steeds vaker begrepen als een groepsdynamisch proces.
Hoewel pesten vaak zichtbaar wordt als interactie tussen een pester en een slachtoffer, spelen andere leerlingen meestal ook een rol. Sommige leerlingen moedigen het gedrag aan, anderen lachen mee of blijven passief toekijken.
De reactie van de groep heeft een belangrijke invloed op het voortbestaan van pesten. Wanneer pestgedrag impliciet wordt beloond door aandacht of status, kan het zich gemakkelijker voortzetten.
Daarom richten moderne anti-pestaanpakken zich niet alleen op individuele leerlingen, maar ook op groepsnormen en groepsprocessen.
De rol van de leraar
Binnen deze sociale dynamiek vervult de leraar een centrale rol.
De leraar is niet alleen begeleider van het leerproces, maar ook een belangrijke actor in de sociale structuur van de klas. Door verwachtingen, interacties en klassenmanagement beïnvloedt de leraar voortdurend welke normen in de groep dominant worden.
Leraren beïnvloeden groepsdynamiek onder andere door:
- het expliciteren van gedragsnormen
- het creëren van voorspelbare structuur en routines
- het versterken van prosociaal gedrag
- het organiseren van positieve interacties tussen leerlingen.
De leraar fungeert daarmee als architect van het sociale klimaat in de klas.
Om gericht te handelen is het belangrijk om de groepsdynamiek te analyseren. Doe dit aan de hand van de volgende vragen:
- Welke leerlingen hebben invloed in de groep?
- Welk gedrag lijkt status of aandacht op te leveren?
- Welke normen lijken in de klas dominant te zijn?
- Zijn er subgroepen of vaste sociale patronen zichtbaar?
Door deze sociale patronen zichtbaar te maken ontstaat vaak meer inzicht in de dynamiek van de klas en de mogelijke aangrijpingspunten voor interventies.
Tot slot
Gedrag in een klas ontstaat zelden uitsluitend bij individuele leerlingen. Het ontstaat in de wisselwerking tussen leerlingen, relaties en de groepsnormen die in een klas ontstaan.
Wie gedrag in een klas wil begrijpen, kijkt daarom niet alleen naar individuele leerlingen, maar ook naar de sociale processen die tussen leerlingen plaatsvinden: wie invloed heeft in de groep, welk gedrag aandacht of status oplevert en welke interactiepatronen zich in de klas ontwikkelen.
Juist in deze sociale dynamiek ligt vaak een belangrijk aangrijpingspunt voor het creëren van een positief, veilig en productief leerklimaat.
Reflectie: Kijk je naar de leerling of naar de groep?
Wanneer een klas moeilijk loopt, zoeken we verklaringen vaak bij individuele leerlingen.
Een leerling is druk.
Een leerling heeft moeite met concentreren.
Een leerling verstoort de les.
Maar wat gebeurt er wanneer we een stap terug doen en naar de groep als geheel kijken?
Misschien zien we dan dat bepaald gedrag aandacht, lachen of status oplevert in de klas. Gedrag dat op die manier wordt beloond, heeft een grotere kans om zich te herhalen en zich in de groep te verspreiden.
Misschien zien we dat sommige leerlingen een sterke invloed hebben op de groepsnorm en daarmee bepalen welk gedrag in de klas acceptabel of zelfs aantrekkelijk wordt gevonden. Of dat bepaalde interactiepatronen zich telkens opnieuw herhalen.
Gedrag dat we eerst als individueel probleem zagen, blijkt dan onderdeel van een breder groepsproces.
Dat betekent niet dat individuele verschillen er niet toe doen. Persoonlijkheid, motivatie en vaardigheden spelen uiteraard ook een rol. Maar gedrag krijgt in een klas altijd betekenis in relatie tot anderen.
De vraag wordt dan niet alleen: Waarom doet deze leerling dit?
Maar ook: Wat gebeurt er in deze groep waardoor dit gedrag ontstaat of wordt versterkt?
Voor leraren betekent dit dat pedagogisch handelen niet alleen gaat over het begeleiden van individuele leerlingen, maar ook over het begrijpen en beïnvloeden van groepsprocessen.
De klas is immers niet alleen een verzameling leerlingen.
Het is een sociaal systeem in beweging, waarin interacties, relaties en groepsnormen voortdurend op elkaar inwerken.
En juist in dat systeem ligt vaak de sleutel tot verandering.
Ben je liefhebber of geïnteresseerd?
We schreven een boek over dit onderwerp:
https://platform-onderwijsinbewegen.nl/groepsdynamiek-in-het-onderwijs/