Spiegelschrift in groep 3: wanneer is er actie nodig?

In groep 3 zie je het regelmatig: omgedraaide letters, namen in spiegelschrift en een ‘b’ die ineens een ‘d’ wordt. In dit derde deel van onze motoriekserie lees je waarom jonge kinderen letters nog als vormen zonder vaste richting zien, hoe dit samenhangt met hun hersenontwikkeling en hoe jij hen als leerkracht kunt ondersteunen. 

Schrijven in spiegelschrift komt veel voor bij jonge kinderen tussen drie en zeven jaar en wordt beschouwd als een normaal onderdeel van de ontwikkeling (McIntosh et al., 2018). Recente studies laten zien dat het spiegelen van letters en woorden voortkomt uit de manier waarop het jonge brein objecten verwerkt (Liao, 2021, Fischer & Luxembourger, 2021). Voor jonge kinderen blijft een voorwerp hetzelfde, ongeacht de richting waarin het staat. Een kopje is nog steeds een kopje of het oor nu naar links of rechts wijst of zelfs onderste boven staat.

Een herkenbare situatie in groep 2 en 3 is dat kinderen hun naam spiegelen als ze die tussen twee stippen schrijven: één stip links en één stip rechts op het papier. Kinderen die links beginnen, schrijven hun naam vaak correct. Maar als ze bij de rechterstip starten, spiegelen ze vaak (delen van) hun naam. Dit laat mooi zien dat kinderen nog moeten leren dat we
altijd schrijven van links naar rechts in Nederland en dat letters één ‘spoor’ hebben. 

Waarom kinderen letters omdraaien

Jonge kinderen behandelen letters in het begin als vormen waarvan de richting niet vastligt. Hun brein herkent veel voorwerpen als het zelfde, ongeacht of ze naar links, naar rechts of zelfs ondersteboven staan. De voorwerpen blijven immers herkenbaar. Kinderen passen deze strategie in het begin ook toe op letters. Alleen bij letters maakt de oriëntatie wél verschil, omdat een d, b, p en q elk een andere klank vertegenwoordigen. Dit onderscheid leren kinderen, door veel te kijken, lezen en schrijven (Van den Boer & Aravena, 2023). Door herhaald te oefenen vanuit een vaste startpositie leren kinderen stap voor stap de juiste oriëntatie van letters. Dat proces kost tijd en hangt samen met de rijping van het brein. Het is dan ook niet vreemd dat sommige letters, zoals de b en de d, tot in het begin van groep 4 nog wel eens worden omgedraaid. Onderzoekers beschrijven dat dit samenhangt met onbewuste patronen die het brein ontwikkelt bij het herkennen van lettervormen: veel letters worden van links naar rechts gelezen en veel lettervormen ‘wijzen’ als het ware dezelfde kant op, waardoor kinderen die richting soms automatisch op andere letters toepassen. 

Passende ondersteuning

Spiegelschrift hoort daarom in de meeste gevallen bij het natuurlijke leerproces van schrijven en is op zichzelf geen reden tot zorg. Geef kinderen vooral tijd, ruimte en veel positieve oefenkansen. Bij de meeste kinderen neemt spiegelschrift geleidelijk af naarmate zij meer lees- en schrijfervaring opdoen. Er zijn wel situaties waarin het verstandig is om verder te kijken. Als spiegelen na de tweede helft in groep 3 hardnekkig blijft bestaan én het kind ook op andere ontwikkelingsgebieden
opvallendheden laat zien, kan multidisciplinair onderzoek verstandig zijn. Zo kan beter in kaart worden gebracht of er sprake is van onderliggende factoren, zoals een neurologische- of leerstoornis, en kan passende ondersteuning georganiseerd worden (Fischer & Koch, 2016; Schott, 2007). Spiegelschrift vraagt in de meeste gevallen geen correctie, maar wel tijd, oefenkansen en een zorgvuldige blik. Door gedrag te plaatsen binnen de ontwikkeling van het kind, taak en context ontstaat ruimte om te begeleiden, zonder te problematiseren. Juist die afweging, wanneer volgen volstaat en wanneer verder kijken nodig is, vormt de rode draad bij passende ondersteuning en onderstreept de professionele rol van de leerkracht. 

Gericht oefenen met spiegelletters

Ondersteun leerlingen die spiegelen door (herhaalde) multimodale instructie te geven. Bespreek de vorm en de klank van de ‘spiegelletter’ en benoem in welke woordjes deze letter voor komt. Laat vervolgens zien hoe je het letterspoor schrijft: markeer het beginpunt met een pijl, beschrijf hardop het ‘weggetje’ dat het schrijfmateriaal aflegt en schrijf de letter voor. Daarna schrijft de leerling de letter groot op een blanco A4-vel. Vraag vervolgens of de geschreven letter er hetzelfde uitziet als jouw voorbeeld en bespreek de eventuele verschillen. krijgt om de schrijfbeweging op te bouwen. Je kunt dit ook speels oefenen. Maak bijvoorbeeld een dobbelsteen met letters die vaak gespiegeld worden (zoals b, d, p, q, 6 en 9 of de m, w, 3, E, Z en N). Het kind gooit de dobbelsteen, schrijft de gegooide letter op en samen bedenken jullie een woord waarin deze letter voor komt. Het kind schrijft vervolgens het hele woord op. Lukt het niet direct? Blijf dan kort en regelmatig herhalen en varieer in werkvormen, zodat het kind meerdere kansen Geef steeds positieve, specifieke feedback, bijvoorbeeld: “Je begon op de goede plek.” of “Je bent een doorzetter, de letter d is nu juist geschreven.” Ondersteun het kind door hardop mee te denken, kleine
stapjes te benoemen en duidelijk te maken dat fouten bij leren horen. Dat helpt om spanning te verminderen en maakt het veiliger om te blijven oefenen. In plaats van letters kun je ook cijfers gebruiken als die gespiegeld worden.

Dit artikel is gepubliceerd in HJK #10.

De tekst is geschreven door Ingrid van Bommel en Theo de Groot. De coverfoto is gemaakt door Tom van Limpt.

Dit artikel vormt het laatste deel van een driedelige motoriekserie in HJK. Vind de eerdere artikelen hier:

Deel 1: Motoriek in ontwikkeling 
Deel 2: Help, mijn leerling heeft nog geen voorkeurshand!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *