Samenwerkingsspelen lijken vaak eenvoudig. Je geeft een groep een gezamenlijke opdracht en vraagt deelnemers om samen tot een oplossing te komen. Toch ontstaat samenwerking niet automatisch (Bores-García et al., 2021; García-González et al., 2023). Binnen korte tijd wordt zichtbaar wie initiatief neemt, wie beslissingen naar zich toetrekt, wie vooral uitvoert, wie afwacht en wie langzaam uit beeld raakt.
Green2Play helpt professionals om deze groepsdynamiek scherper waar te nemen, zorgvuldig te duiden en doelgericht te beïnvloeden. Niet alleen het resultaat van de opdracht telt. Minstens zo belangrijk is wat er tijdens het spelen tussen deelnemers gebeurt en welke mogelijkheden zij krijgen om betrokken te zijn, samenwerkingsvaardigheden te ontwikkelen en gezamenlijk verantwoordelijkheid te dragen. Een bredere groepsdynamische blik maakt bovendien zichtbaar dat gedrag niet uitsluitend bij individuele deelnemers ontstaat: groepsdynamiek in de klas gaat verder dan het gedrag van afzonderlijke leerlingen.
Een samenwerkingsspel biedt daarvoor waardevolle ontwikkelkansen, maar alleen wanneer de activiteit en de begeleiding passend zijn. De opdracht zelf garandeert niet dat deelnemers leren samenwerken. Zonder bewuste begeleiding kunnen bestaande patronen van dominantie, terugtrekken, volgen of uitsluiten juist worden herhaald (García-González et al., 2023; Opstoel et al., 2020).
Samenwerken ontstaat niet vanzelf
Een groep die gezamenlijk aan een opdracht werkt, is nog niet vanzelf een samenwerkende groep. Deelnemers kunnen gelijktijdig bezig zijn zonder hun handelen werkelijk op elkaar af te stemmen. Zij kunnen taken verdelen en deze vervolgens grotendeels afzonderlijk uitvoeren. Ook kan één deelnemer het plan bepalen, terwijl anderen vooral doen wat wordt gevraagd (Fernandez-Rio et al., 2022).
De opdracht kan in al deze situaties succesvol worden afgerond. Dat zegt echter nog weinig over de kwaliteit van de samenwerking.
Wie let op rollen, invloed en onderlinge verhoudingen, ziet waarom samenwerken in spel niet vanzelf ontstaat. Wat op het eerste gezicht een praktisch probleem lijkt, kan belangrijke informatie geven over betrokkenheid, onzekerheid, initiatief en de ruimte die deelnemers elkaar geven.
Samenwerken vraagt daarom meer dan een gezamenlijk doel. De activiteit moet deelnemers uitnodigen om elkaar werkelijk nodig te hebben, keuzes af te stemmen en verantwoordelijkheid te delen (Fernandez-Rio et al., 2022).
Samen bezig zijn, taken verdelen en samenwerken
Green2Play maakt onderscheid tussen drie situaties die in de praktijk veelal door elkaar lopen en gemakkelijk met elkaar worden verward.
Bij samen bezig zijn voeren deelnemers binnen dezelfde activiteit handelingen uit, zonder dat hun bijdragen noodzakelijk met elkaar samenhangen.
Bij taken verdelen spreekt de groep af wie welk onderdeel uitvoert. Dat kan efficiënt zijn, maar deelnemers kunnen daarna nog steeds vooral afzonderlijk verder werken.
Van samenwerken is sprake wanneer deelnemers elkaar nodig hebben, hun keuzes en handelingen op elkaar afstemmen en samen verantwoordelijkheid dragen voor het proces, het resultaat én de mogelijkheid van anderen om deel te nemen (Fernandez-Rio et al., 2022).
Dit onderscheid is essentieel, omdat samenwerken meer is dan samen bezig zijn. Niet alleen de vraag of de opdracht lukt is belangrijk. Ook telt wie invloed krijgt, welke ideeën worden gehoord, hoe deelnemers op verschillen reageren en wat er gebeurt wanneer iemand afhaakt.
Samenwerken is daarmee geen vriendelijke aanvulling op het spel. Het is een pedagogische en professionele opdracht. Deelnemers oefenen met luisteren, initiatief afstemmen, hulp vragen en geven, verschillen verdragen, afspraken aanpassen en opnieuw ruimte maken voor elkaar (Dyson et al., 2021; Opstoel et al., 2020). Daarmee wordt duidelijk waarom samenwerken geen zachte bijzaak, maar een pedagogische opdracht is. Deze invalshoek sluit aan bij de brede opdracht van bewegingsonderwijs, waarin leren bewegen, samen bewegen en betekenis geven aan bewegen met elkaar worden verbonden.
Kijken naar wat er tussen deelnemers gebeurt
Samenwerkingsspelen maken groepsprocessen zichtbaar (Bjørke & Mordal Moen, 2020; Dyson et al., 2021). Door de beweging, tijdsdruk, spanning en onderlinge afhankelijkheid wordt snel duidelijk wie ruimte neemt, wie wordt gevolgd en wie nauwelijks invloed ervaart.
Een deelnemer kan actief meedoen zonder werkelijk mee te tellen. Iemand kan materiaal dragen, een taak uitvoeren of achter de groep aanlopen, maar nauwelijks worden gevraagd naar ideeën of voorkeuren. Omgekeerd kan een groep een goed resultaat behalen terwijl slechts enkele deelnemers de keuzes hebben gemaakt (Dyson et al., 2021).
Zichtbare activiteit roept daarom de vraag op of de groep alleen beweegt of ook daadwerkelijk samenwerkt.
De professional kan onder andere letten op deze vragen:
- Wie neemt initiatief en wie bepaalt welke ideeën worden uitgevoerd?
- Wie krijgt ruimte, materiaal en invloed?
- Hoe reageert de groep op een fout, verschil van mening of misverstand?
- Wat gebeurt er wanneer iemand afwacht of afhaakt?
- Kan de groep afspraken aanpassen wanneer deze niet werken?
- Nemen deelnemers alleen verantwoordelijkheid voor hun eigen taak of ook voor elkaars deelname?
Deze observaties helpen om niet te snel conclusies te trekken op basis van alleen het eindresultaat. Wie waarnemingen planmatig wil ordenen, vindt aanvullende handvatten bij het systematisch analyseren van groepsdynamiek.
Drie ontwikkellijnen in het Green2Play-kompas
Het Green2Play-kompas helpt professionals hun waarnemingen te ordenen en de begeleiding af te stemmen. Het kompas bestaat uit drie samenhangende ontwikkellijnen.
Betrokken zijn
De eerste ontwikkellijn gaat over betrokken zijn. Zijn deelnemers actief aangehaakt? Ervaren zij ruimte om invloed uit te oefenen? Voelen zij zich voldoende veilig en verbonden om initiatief te nemen, fouten te maken en zichtbaar te worden?
Groepscohesie speelt hierbij een belangrijke rol. Cohesie verwijst naar de verbinding en samenhang binnen de groep. Betrokkenheid gaat daarnaast over de manier waarop afzonderlijke deelnemers aandachtig, actief en persoonlijk aan het gezamenlijke proces deelnemen (Leo et al., 2023). Omdat posities, relaties en groepsnormen gedurende het jaar kunnen verschuiven, laat groepsdynamiek kent geen kalender zien waarom blijvende aandacht voor het groepsproces relevant is.
Gedragsvaardigheden voor samenwerken
De tweede ontwikkellijn richt zich op gedragsvaardigheden die samenwerking mogelijk maken. Kunnen deelnemers luisteren, overleggen, hun handelen afstemmen, rollen verdelen, hulp vragen, elkaar ondersteunen en een gezamenlijk plan bijstellen (Dyson et al., 2021; Fernandez-Rio et al., 2022)?
Deze vaardigheden zijn geen losse sociale trucjes. Zij krijgen betekenis binnen een concrete situatie waarin deelnemers elkaar nodig hebben en waarin hun gedrag gevolgen heeft voor anderen.
Samen verantwoordelijkheid dragen
De derde ontwikkellijn gaat over samen verantwoordelijkheid dragen. Nemen deelnemers niet alleen verantwoordelijkheid voor het eindresultaat, maar ook voor het proces en voor de mogelijkheid van anderen om betrokken te blijven (Fernandez-Rio et al., 2022; Opstoel et al., 2020)?
Merken zij wanneer iemand afhaakt? Maken zij ruimte voor andere ideeën? Kunnen zij samen besluiten nemen en problemen herstellen zonder voor iedere stap afhankelijk te blijven van de begeleider? Wanneer deelnemers of groepen vastlopen, biedt van vastlopen naar opnieuw deelnemen een aanvullend perspectief op vertragen, voorlopig duiden en opnieuw aansluiten.
De drie tinten groen als begeleidingskeuze
De drie tinten groen — lichtgroen, midgroen en donkergroen — helpen bepalen hoeveel structuur, afstemming en zelfstandigheid een groep in een bepaalde situatie nodig heeft (García-González et al., 2023).
De tinten zijn geen beoordeling van een groep en ook geen vaste ontwikkelingsfasen. Donkergroen is niet automatisch beter dan lichtgroen. Een groep kan bij de ene activiteit veel zelfstandigheid laten zien en bij een andere opdracht juist behoefte hebben aan meer richting en ondersteuning (Bjørke & Mordal Moen, 2020; García-González et al., 2023).
In een lichtgroene situatie kan de professional bijvoorbeeld rollen, materiaal, regels en overlegmomenten duidelijk structureren. In een midgroene situatie kunnen deelnemers meer ruimte krijgen om taken af te stemmen, elkaar feedback te geven en afspraken aan te passen. In een donkergroene situatie kan de groep in grotere mate zelf problemen signaleren, besluiten nemen en verantwoordelijkheid dragen voor het gezamenlijke proces.
De tint helpt de professional dus niet om de groep van een label te voorzien, maar om een passende begeleidingskeuze te maken.
Binnen Green2Play worden het kompas, de ontwikkellijnen en de tinten als samenhangend praktijkkader gepresenteerd.
Ontwerpen, observeren en begeleiden
Green2Play ondersteunt professionals bij drie nauw verbonden taken: ontwerpen, observeren en begeleiden.
Ontwerpen betekent bewust keuzes maken in groepsgrootte, materiaal, rollen, regels, ruimte en onderlinge afhankelijkheid. Deze keuzes beïnvloeden wie initiatief kan nemen, wie anderen nodig heeft en wie gemakkelijk op de achtergrond raakt (García-González et al., 2023; Zach et al., 2023). De wisselwerking tussen taak, regels, ruimte en groepsverhoudingen wordt verder uitgewerkt in wat groepsdynamiek en spelontwerp van de vakleerkracht vragen.
Observeren betekent dat niet alleen het resultaat wordt gevolgd. Ook invloed, afstemming, herstel, betrokkenheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid krijgen aandacht (Dyson et al., 2021).
Begeleiden betekent vervolgens kiezen wat in deze situatie passend is. Soms vraagt een groep om meer structuur of een duidelijke rolverdeling. Op een ander moment helpt een korte reflectievraag, een aanpassing van de opdracht of juist ruimte om een misverstand zelfstandig te herstellen (Bjørke & Mordal Moen, 2020; García-González et al., 2023). Bij onrustige of vastlopende situaties kan wanneer een groep niet lekker loopt helpen om eerst gericht waar te nemen voordat een interventie wordt gekozen.
Green2Play is daarmee geen rigide stappenplan. Het biedt een herkenbaar kompas, gedeelde taal en concrete aanknopingspunten om professionele keuzes te maken.
Van samen spelen naar werkelijk samenwerken
Green2Play benut wat in spel en bewegen al aanwezig is: verschil, initiatief, afhankelijkheid, onzekerheid, misverstanden, herstel en gedeelde verantwoordelijkheid. De pedagogische waarde ontstaat wanneer een professional deze processen herkent en deelnemers helpt om daarin nieuwe mogelijkheden te ontdekken en te oefenen (Dyson et al., 2021; Opstoel et al., 2020).
Met de gratis voorbeeldkaarten van Green2Play kunnen professionals de uitgangspunten in concrete spel- en bewegingssituaties verkennen.
Voor verdere verdieping in het ontwerpen, aanpassen en begeleiden van activiteiten is informatie beschikbaar over de Green2Play-workshop.
Samenwerken ontstaat niet vanzelf. Wanneer spel zorgvuldig wordt ontworpen en begeleid, kan een groep stap voor stap leren om niet alleen samen iets te doen, maar ook ruimte te maken voor ieders bijdrage, verantwoordelijkheid te delen en elkaar werkelijk mogelijk te maken (Boke et al., 2025; Bores-García et al., 2021).
Bronnenlijst
Bjørke, L., & Mordal Moen, K. (2020). Cooperative learning in physical education: A study of students’ learning journey over 24 lessons. Physical Education and Sport Pedagogy, 25(6), 600–612. https://doi.org/10.1080/17408989.2020.1761955
Boke, H., Aygun, Y., Tufekci, S., Yagin, F. H., Canpolat, B., Norman, G., Prieto-González, P., & Ardigò, L. P. (2025). Effects of cooperative learning on students’ learning outcomes in physical education: A meta-analysis. Frontiers in Psychology, 16, 1508808. https://doi.org/10.3389/fpsyg.2025.1508808
Bores-García, D., Hortigüela-Alcalá, D., Fernandez-Rio, F. J., González-Calvo, G., & Barba-Martín, R. (2021). Research on cooperative learning in physical education: Systematic review of the last five years. Research Quarterly for Exercise and Sport, 92(1), 146–155. https://doi.org/10.1080/02701367.2020.1719276
Dyson, B., Howley, D., & Shen, Y. (2021). ‘Being a team, working together, and being kind’: Primary students’ perspectives of cooperative learning’s contribution to their social and emotional learning. Physical Education and Sport Pedagogy, 26(2), 137–154. https://doi.org/10.1080/17408989.2020.1779683
Fernandez-Rio, J., Cecchini, J. A., Morgan, K., Mendez-Gimenez, A., & Lloyd, R. (2022). Validation of the Cooperative Learning Scale and cooperation global factor using bifactor structural equation modelling. Psicología Educativa, 28(2), 91–97. https://doi.org/10.5093/psed2021a2
García-González, L., Santed, M., Escolano-Pérez, E., & Fernández-Río, J. (2023). High- versus low-structured cooperative learning in secondary physical education: Impact on prosocial behaviours at different ages. European Physical Education Review, 29(2), 199–214. https://doi.org/10.1177/1356336X221132767
Leo, F. M., López-Gajardo, M. A., Rodríguez-González, P., Pulido, J. J., & Fernández-Río, J. (2023). How class cohesion and teachers’ relatedness supportive/thwarting style relate to students’ relatedness, motivation, and positive and negative outcomes in physical education. Psychology of Sport and Exercise, 65, 102360. https://doi.org/10.1016/j.psychsport.2022.102360
Opstoel, K., Chapelle, L., Prins, F. J., De Meester, A., Haerens, L., van Tartwijk, J., & De Martelaer, K. (2020). Personal and social development in physical education and sports: A review study. European Physical Education Review, 26(4), 797–813. https://doi.org/10.1177/1356336X19882054
Zach, S., Shoval, E., & Shulruf, B. (2023). Cooperative learning in physical education lessons—Literature review. Frontiers in Education, 8, 1273423. https://doi.org/10.3389/feduc.2023.1273423